Synonyms: doen alsof, fingeren, veinzen, voorgeven
| Part of speech | verb |
|---|
| Pronunciation | /ˈvorʋɛndə(n)/ |
|---|
| Hyphenation | voor·wen·den |
|---|
Conjugation
| Indicative mood |
|---|
| Present tense | Past tense |
|---|
| (ik) wend voor | (ik) wendde voor |
| (jij) wendt voor | (jij) wendde voor |
| (hij) wendt voor | (hij) wendde voor |
| (wij) wenden voor | (wij) wendden voor |
| (jullie) wenden voor | (jullie) wendden voor |
| (gij) wendt voor | (gij) wenddet voor |
| (zij) wenden voor | (zij) wendden voor |
| Subjunctive mood |
|---|
| Present tense | Past tense |
|---|
| (dat ik) voorwende | (dat ik) voorwendde |
| (dat jij) voorwende | (dat jij) voorwendde |
| (dat hij) voorwende | (dat hij) voorwendde |
| (dat wij) voorwenden | (dat wij) voorwendden |
| (dat jullie) voorwenden | (dat jullie) voorwendden |
| (dat gij) voorwendet | (dat gij) voorwenddet |
| (dat zij) voorwenden | (dat zij) voorwendden |
| Imperative mood |
|---|
| Singular/Plural | Plural |
|---|
| wend voor | wendt voor |
| Participles |
|---|
| Present participle | Past participle |
|---|
| voorwendend, voorwendende | (hebben) voorgewend |
Ze komen maar zelden naar dit deel van de planeet, en als u die nationaliteit voorwendt dan zult u vrij zijn van verdenking als u met een accent spreekt of niet op de hoogte bent van plaatselijke aangelegenheden.
En om moeilijk te doen wendt hij zich ook nog voor dat hij doof is.