Information about the word omzwermen (Dutch → Esperanto: ĉirkaŭsvarmi)

Part of speechverb
Pronunciation/ɔmˈzʋɛrmə(n)/
Hyphenationom·zwer·men

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) omzwerm(ik) omzwermde
(jij) omzwermt(jij) omzwermde
(hij) omzwermt(hij) omzwermde
(wij) omzwermen(wij) omzwermden
(jullie) omzwermen(jullie) omzwermden
(gij) omzwermt(gij) omzwermdet
(zij) omzwermen(zij) omzwermden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) omzwerme(dat ik) omzwermde
(dat jij) omzwerme(dat jij) omzwermde
(dat hij) omzwerme(dat hij) omzwermde
(dat wij) omzwermen(dat wij) omzwermden
(dat jullie) omzwermen(dat jullie) omzwermden
(dat gij) omzwermet(dat gij) omzwermdet
(dat zij) omzwermen(dat zij) omzwermden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
omzwermomzwermt
Participles
Present participlePast participle
omzwermend, omzwermende(hebben) omzwermd

Translations

Esperantoĉirkaŭsvarmi