Information about the word doorwaaien (Dutch → Esperanto: trablovi)

Synonyms: doorblazen, tochten, trekken

Part of speechverb
Pronunciation/ˈdoːrʋaːɪ̯ə(n)/
Hyphenationdoor·waai·en

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) waai door(ik) waaide door, woei door
(jij) waait door(jij) waaide door, woei door
(hij) waait door(hij) waaide door, woei door
(wij) waaien door(wij) waaiden door, woeien door
(jullie) waaien door(jullie) waaiden door, woeien door
(gij) waait door(gij) waaidet door, woeit door
(zij) waaien door(zij) waaiden door, woeien door
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) doorwaaie(dat ik) doorwaaide, doorwoeie
(dat jij) doorwaaie(dat jij) doorwaaide, doorwoeie
(dat hij) doorwaaie(dat hij) doorwaaide, doorwoeie
(dat wij) doorwaaien(dat wij) doorwaaiden, doorwoeien
(dat jullie) doorwaaien(dat jullie) doorwaaiden, doorwoeien
(dat gij) doorwaaiet(dat gij) doorwaaidet, doorwoeiet
(dat zij) doorwaaien(dat zij) doorwaaiden, doorwoeien
Participles
Present participlePast participle
doorwaaiend, doorwaaiende(zijn) doorgewaaid

Translations

Esperantotrablovi