Information about the word herverzekeren (Dutch → Esperanto: reasekuri)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈɦɛrvərzekərə(n)/
Hyphenationher·ver·ze·ke·ren

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) herverzeker(ik) herverzekerde
(jij) herverzekert(jij) herverzekerde
(hij) herverzekert(hij) herverzekerde
(wij) herverzekeren(wij) herverzekerden
(jullie) herverzekeren(jullie) herverzekerden
(gij) herverzekert(gij) herverzekerdet
(zij) herverzekeren(zij) herverzekerden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) herverzekere(dat ik) herverzekerde
(dat jij) herverzekere(dat jij) herverzekerde
(dat hij) herverzekere(dat hij) herverzekerde
(dat wij) herverzekeren(dat wij) herverzekerden
(dat jullie) herverzekeren(dat jullie) herverzekerden
(dat gij) herverzekeret(dat gij) herverzekerdet
(dat zij) herverzekeren(dat zij) herverzekerden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
herverzekerherverzekert
Participles
Present participlePast participle
herverzekerend, herverzekerende(hebben) herverzekerd

Translations

Esperantoreasekuri
Germanwiederversichern; die Versicherung erneuen
Portugueserenovar o seguro