Information about the word deelnemen (Dutch → Esperanto: partpreni)

Synonyms: meedoen, meemaken, participeren, deelnemen aan

Part of speechverb
Pronunciation/ˈdelnemə(n)/
Hyphenationdeel·ne·men

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) neem deel(ik) nam deel
(jij) neemt deel(jij) nam deel
(hij) neemt deel(hij) nam deel
(wij) nemen deel(wij) namen deel
(jullie) nemen deel(jullie) namen deel
(gij) neemt deel(gij) naamt deel
(zij) nemen deel(zij) namen deel
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) deelneme(dat ik) deelname
(dat jij) deelneme(dat jij) deelname
(dat hij) deelneme(dat hij) deelname
(dat wij) deelnemen(dat wij) deelnamen
(dat jullie) deelnemen(dat jullie) deelnamen
(dat gij) deelnemet(dat gij) deelnamet
(dat zij) deelnemen(dat zij) deelnamen
Imperative mood
Singular/PluralPlural
neem deelneemt deel
Participles
Present participlePast participle
deelnemend, deelnemende(hebben) deelgenomen

Usage samples

U kunt er dus ook aan deelnemen.

Translations

Afrikaansdeelneem
Catalanparticipar
Danishdeltage
Englishparticipate
Esperantopartpreni; partopreni
Faeroesevera við; taka lut
Germanbeteiligen; mitmachen; teilnehmen an
Polishuczetniczyć
Saterland Frisianmeemoakje; deelnieme; bedeeligje; meedwo
West Frisiandielnimme