Information about the word doodrijden (Dutch → Esperanto: mortigi veturante)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈdotrɛɪ̯də(n)/, /ˈdotrɛɪ̯jə(n)/
Hyphenationdood·rij·den

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) rij dood, rijd dood(ik) reed dood
(jij) rijdt dood(jij) reed dood
(hij) rijdt dood(hij) reed dood
(wij) rijden dood(wij) reden dood
(jullie) rijden dood(jullie) reden dood
(gij) rijdt dood(gij) reedt dood
(zij) rijden dood(zij) reden dood
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) doodrijde(dat ik) doodrede
(dat jij) doodrijde(dat jij) doodrede
(dat hij) doodrijde(dat hij) doodrede
(dat wij) doodrijden(dat wij) doodreden
(dat jullie) doodrijden(dat jullie) doodreden
(dat gij) doodrijdet(dat gij) doodredet
(dat zij) doodrijden(dat zij) doodreden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
doodrij, rijdrijd
Participles
Present participlePast participle
doodrijdend, doodrijdende(hebben) doodgereden

Usage samples

Jij hebt toch zeker niet geprobeerd mij dood te rijden?
In maart werd nog een wolf doodgereden op de A28 in Drenthe.

Translations

Afrikaansdoodry
Englishrun over and kill
Esperantomortigi veturante