Information about the word verengen (Dutch → Esperanto: malplilarĝigi)

Synonym: versmallen

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) vereng(ik) verengde
(jij) verengt(jij) verengde
(hij) verengt(hij) verengde
(wij) verengen(wij) verengden
(jullie) verengen(jullie) verengden
(gij) verengt(gij) verengdet
(zij) verengen(zij) verengden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) verenge(dat ik) verengde
(dat jij) verenge(dat jij) verengde
(dat hij) verenge(dat hij) verengde
(dat wij) verengen(dat wij) verengden
(dat jullie) verengen(dat jullie) verengden
(dat gij) verenget(dat gij) verengdet
(dat zij) verengen(dat zij) verengden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
verengverengt
Participles
Present participlePast participle
verengend, verengende(hebben) verengd

Translations

Esperantomalplilarĝigi