Information about the word oproepen (Dutch → Esperanto: alvoki)

Synonyms: aanroepen, praaien

Part of speechverb
Pronunciation/ˈɔprupə(n)/
Hyphenationop·roe·pen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) roep op(ik) riep op
(jij) roept op(jij) riep op
(hij) roept op(hij) riep op
(wij) roepen op(wij) riepen op
(jullie) roepen op(jullie) riepen op
(gij) roept op(gij) riept op
(zij) roepen op(zij) riepen op
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) oproepe(dat ik) opriepe
(dat jij) oproepe(dat jij) opriepe
(dat hij) oproepe(dat hij) opriepe
(dat wij) oproepen(dat wij) opriepen
(dat jullie) oproepen(dat jullie) opriepen
(dat gij) oproepet(dat gij) opriepet
(dat zij) oproepen(dat zij) opriepen
Imperative mood
Singular/PluralPlural
roep oproept op
Participles
Present participlePast participle
oproepend, oproepende(hebben) opgeroepen

Usage samples

President Jacob Zuma riep de arbeiders op weer aan de slag te gaan.
De migratiedienst in Letland heeft 841 Russen opgeroepen om voor 13 oktober het land te verlaten wegens wijzigingen in de vreemdelingenwet die sinds het najaar van 2022 van kracht zijn.
Een woordvoerder van de VN in Genève riep Ouattara gisteren op een einde te maken aan de schending van mensenrechten door zijn troepen.
Ik kan alleen mensen oproepen hun gezond verstand te gebruiken

Translations

Afrikaansaanroep
Catalantrucar
Englishinvoke; call; summon
Esperantoalvoki
Faeroeserópa til sín
Frenchinvoquer
Germananrufen; zurufen
Latinadvocare
Portugueseapelar; chamar; invocar
Saterland Frisiananroupe; tourupe
Spanishllamar
Sranankari
Swedishanropa; åkalla
West Frisianoanroppe; oproppe