Information about the word verkoperen (Dutch → Esperanto: kupri)

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) verkoper(ik) verkoperde
(jij) verkopert(jij) verkoperde
(hij) verkopert(hij) verkoperde
(wij) verkoperen(wij) verkoperden
(jullie) verkoperen(jullie) verkoperden
(gij) verkopert(gij) verkoperdet
(zij) verkoperen(zij) verkoperden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) verkopere(dat ik) verkoperde
(dat jij) verkopere(dat jij) verkoperde
(dat hij) verkopere(dat hij) verkoperde
(dat wij) verkoperen(dat wij) verkoperden
(dat jullie) verkoperen(dat jullie) verkoperden
(dat gij) verkoperet(dat gij) verkoperdet
(dat zij) verkoperen(dat zij) verkoperden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
verkoperverkopert
Participles
Present participlePast participle
verkoperend, verkoperende(hebben) verkoperd

Translations

Esperantokupri; kuprizi
Germanverkupfern; mit Kupfer überziehen