Information about the word zich overgeven (Dutch → Esperanto: kapitulaci)

Synonym: capituleren

Part of speechreflexive verb
Hyphenationzich over·ge·ven

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) geef mij over(ik) gaf mij over
(jij) geeft je over(jij) gaf je over
(hij) geeft zich over(hij) gaf zich over
(wij) geven ons over(wij) gaven ons over
(jullie) geven ons over(jullie) gaven ons over
(gij) geeft u over(gij) gaaft u over
(zij) geven zich over(zij) gaven zich over
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) mij overgeve(dat ik) mij overgave
(dat jij) je overgeve(dat jij) je overgave
(dat hij) zich overgeve(dat hij) zich overgave
(dat wij) ons overgeven(dat wij) ons overgaven
(dat jullie) ons overgeven(dat jullie) ons overgaven
(dat gij) u overgevet(dat gij) u overgavet
(dat zij) zich overgeven(dat zij) zich overgaven
Imperative mood
Singular/PluralPlural
geef je overgeeft je over
Participles
Present participlePast participle
zich overgevend, zich overgevende(hebben) zich overgegeven

Usage samples

Hij geeft zich over.
Russische troepen zouden de militairen hebben doodgeschoten toen ze zich overgaven.
Hij wist slechts dat ze zich moesten overgeven.
Het is niet zeker dat hij zich zal overgeven.
Hij zei daarnaast niet met de demonstranten te zullen onderhandelen en dat degenen die zich niet overgeven, „vernietigd” zullen worden.