Information about the word weggoochelen (Dutch → Esperanto: forĵongli)

Synonyms: ontfutselen, wegmoffelen

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) goochel weg(ik) goochelde weg
(jij) goochelt weg(jij) goochelde weg
(hij) goochelt weg(hij) goochelde weg
(wij) goochelen weg(wij) goochelden weg
(jullie) goochelen weg(jullie) goochelden weg
(gij) goochelt weg(gij) goocheldet weg
(zij) goochelen weg(zij) goochelden weg
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) weggoochele(dat ik) weggoochelde
(dat jij) weggoochele(dat jij) weggoochelde
(dat hij) weggoochele(dat hij) weggoochelde
(dat wij) weggoochelen(dat wij) weggoochelden
(dat jullie) weggoochelen(dat jullie) weggoochelden
(dat gij) weggoochelet(dat gij) weggoocheldet
(dat zij) weggoochelen(dat zij) weggoochelden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
goochel weggoochelt weg
Participles
Present participlePast participle
weggoochelend, weggoochelende(hebben) weggegoocheld

Translations

Esperantoforĵongli
Germanverschwunden lassen