Information about the word wegstrijken (Dutch → Esperanto: flankenigi)

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) stijk weg(ik) streek weg
(jij) stijkt weg(jij) streek weg
(hij) stijkt weg(hij) streek weg
(wij) strijken weg(wij) streken weg
(jullie) strijken weg(jullie) streken weg
(gij) stijkt weg(gij) streekt weg
(zij) strijken weg(zij) streken weg
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) wegstrijke(dat ik) wegstreke
(dat jij) wegstrijke(dat jij) wegstreke
(dat hij) wegstrijke(dat hij) wegstreke
(dat wij) wegstrijken(dat wij) wegstreken
(dat jullie) wegstrijken(dat jullie) wegstreken
(dat gij) wegstrijket(dat gij) wegstreket
(dat zij) wegstrijken(dat zij) wegstreken
Imperative mood
Singular/PluralPlural
strijk wegstrijkt weg
Participles
Present participlePast participle
wegstrijkend, wegstrijkende(hebben) weggestroken

Translations

Esperantoflankenigi
Germanzur Seite schieben; verdrängen