Information about the word wegsteken (Dutch → Esperanto: eltranĉi)

Synonym: uitsnijden

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) steek weg(ik) stak weg
(jij) steekt weg(jij) stak weg
(hij) steekt weg(hij) stak weg
(wij) steken weg(wij) staken weg
(jullie) steken weg(jullie) staken weg
(gij) steekt weg(gij) staakt weg
(zij) steken weg(zij) staken weg
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) wegsteke(dat ik) wegstake
(dat jij) wegsteke(dat jij) wegstake
(dat hij) wegsteke(dat hij) wegstake
(dat wij) wegsteken(dat wij) wegstaken
(dat jullie) wegsteken(dat jullie) wegstaken
(dat gij) wegsteket(dat gij) wegstaket
(dat zij) wegsteken(dat zij) wegstaken
Imperative mood
Singular/PluralPlural
steek wegsteekt weg
Participles
Present participlePast participle
wegstekend, wegstekende(hebben) weggestoken

Translations

Catalantallar
Esperantoeltranĉi
Portuguesetalhar a massa
Spanishtallar