Information about the word bekleden (Dutch → Esperanto: teni)

Synonym: houden

Part of speechverb
Pronunciation/bəˈkledə(n)/
Hyphenationbe·kle·den

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) bekleed(ik) bekleedde
(jij) bekleedt(jij) bekleedde
(hij) bekleedt(hij) bekleedde
(wij) bekleden(wij) bekleedden
(jullie) bekleden(jullie) bekleedden
(gij) bekleedt(gij) bekleeddet
(zij) bekleden(zij) bekleedden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) beklede(dat ik) bekleedde
(dat jij) beklede(dat jij) bekleedde
(dat hij) beklede(dat hij) bekleedde
(dat wij) bekleden(dat wij) bekleedden
(dat jullie) bekleden(dat jullie) bekleedden
(dat gij) bekledet(dat gij) bekleeddet
(dat zij) bekleden(dat zij) bekleedden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
bekleedbekleedt
Participles
Present participlePast participle
bekledend, bekledende(hebben) bekleed

Usage samples

Xatib heeft verschillende hoge functies bekleed binnen het Iraanse regime.

Translations

Englishhold
Esperantoteni