Information about the word betekenen (Dutch → Esperanto: signifi)

Synonym: een teken zijn van

Part of speechverb
Pronunciation/bəˈtekənə(n)/
Hyphenationbe·te·ke·nen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(hij) betekent(hij) betekende
(zij) betekenen(zij) betekenden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat hij) betekene(dat hij) betekende
(dat zij) betekenen(dat zij) betekenden
Participles
Present participlePast participle
betekenend, betekenende(hebben) betekend

Usage samples

Dat betekent dat ik order heb om dit gebouw zo nodig met de grond gelijk te maken!

Translations

Englishmean
Esperantosignifi
Germanbedeuten