Information about the word verzwaren (Dutch → Esperanto: plipezigi)

Part of speechverb
Pronunciation/vərˈzʋaːrə(n)/
Hyphenationver·zwa·ren

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) verzwaar(ik) verzwaarde
(jij) verzwaart(jij) verzwaarde
(hij) verzwaart(hij) verzwaarde
(wij) verzwaren(wij) verzwaarden
(jullie) verzwaren(jullie) verzwaarden
(gij) verzwaart(gij) verzwaardet
(zij) verzwaren(zij) verzwaarden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) verzware(dat ik) verzwaarde
(dat jij) verzware(dat jij) verzwaarde
(dat hij) verzware(dat hij) verzwaarde
(dat wij) verzwaren(dat wij) verzwaarden
(dat jullie) verzwaren(dat jullie) verzwaarden
(dat gij) verzwaret(dat gij) verzwaardet
(dat zij) verzwaren(dat zij) verzwaarden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
verzwaarverzwaart
Participles
Present participlePast participle
verzwarend, verzwarende(hebben) verzwaard

Usage samples

De bezorgdheid van Yamamoto werd verzwaard door de herinnering aan een incident dat tijdens de oorlog tussen Rusland en Japan had plaatsgehad.

Translations

Esperantoplipezigi