Information about the word veroorzaken (Dutch → Esperanto: elvoki)

Synonyms: wekken, opwekken, oproepen

Part of speechverb
Pronunciation/vərˈorzakən/
Hyphenationver·oor·za·ken

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) veroorzaak(ik) veroorzaakte
(jij) veroorzaakt(jij) veroorzaakte
(hij) veroorzaakt(hij) veroorzaakte
(wij) veroorzaken(wij) veroorzaakten
(jullie) veroorzaken(jullie) veroorzaakten
(gij) veroorzaakt(gij) veroorzaaktet
(zij) veroorzaken(zij) veroorzaakten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) veroorzake(dat ik) veroorzaakte
(dat jij) veroorzake(dat jij) veroorzaakte
(dat hij) veroorzake(dat hij) veroorzaakte
(dat wij) veroorzaken(dat wij) veroorzaakten
(dat jullie) veroorzaken(dat jullie) veroorzaakten
(dat gij) veroorzaket(dat gij) veroorzaaktet
(dat zij) veroorzaken(dat zij) veroorzaakten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
veroorzaakveroorzaakt
Participles
Present participlePast participle
veroorzakend, veroorzakende(hebben) veroorzaakt

Translations

Englishcause
Esperantoelvoki