Information about the word ingaan (Dutch → Esperanto: efektiviĝi)

Synonyms: in vervulling gaan, tot stand komen, werkelijkheid worden, in werking treden

Part of speechverb
Pronunciation/ˈɪŋɣan/
Hyphenationin·gaan

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(het) gaat in(het) ging in, güng in
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat het) inga(dat het) inginge
Past participle
(zijn) ingegaan

Usage samples

Het verbod op de import van Russische kolen naar de Europese Unie gaat woensdag in.
Het staakt‐het‐vuren zou dinsdagmorgen in moeten gaan.

Translations

Englishtake effect
Esperantoefektiviĝi
Faeroesegerast veruleiki
Germanzustande kommen; sich verwirklichen; sich bewahrheiten
Low Germaningån
Portuguesecumprir‐se; realizar‐se