Information about the word claimen (Dutch → Esperanto: aserti)

Synonyms: beweren, verzekeren, stellen, poneren

Part of speechverb
Pronunciation/ˈklemə(n)/
Hyphenationclai·men

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) claim(ik) claimde
(jij) claimt(jij) claimde
(hij) claimt(hij) claimde
(wij) claimen(wij) claimden
(jullie) claimen(jullie) claimden
(gij) claimt(gij) claimdet
(zij) claimen(zij) claimden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) claime(dat ik) claimde
(dat jij) claime(dat jij) claimde
(dat hij) claime(dat hij) claimde
(dat wij) claimen(dat wij) claimden
(dat jullie) claimen(dat jullie) claimden
(dat gij) claimet(dat gij) claimdet
(dat zij) claimen(dat zij) claimden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
claimclaimt
Participles
Present participlePast participle
claimend, claimende(hebben) geclaimd

Usage samples

De MLPN claimde 600 leden te hebben, maar had in werkelijkheid slechts enkele tientallen leden, die van niets wisten.
De Russische huurlingengroep Wagner claimt een dorp te hebben veroverd aan de noordelijke rand van de Oekraïense stad Bachmut.
De Afghaanse Talibān claimen bij gevechten in het grensgebied 58 Pakistaanse soldaten gedood te hebben.

Translations

Afrikaansbeweer
Catalanafirmar; assegurar; asserir; asseverar
Danishhævde; påstå
Englishassert; state; allege; claim; affirm; aver; maintain
Esperantoaserti
Faeroesevissa; vátta
Frenchaffirmer
Germanbehaupten; versichern; beteuern
Hungarianállít
Icelandicstaðhæfa
Italianasserire; sostenere; affermare
Latinautumare
Low Germanbewären
Norwegianhevde; påstå
Portugueseafiançar; assegurar; asseverar; certificar; garantir; sustenar
Saterland Frisianbehauptje
Spanishaducir; afirmar; aseverar; sostener
Swedishhävda; påstå
West Frisianbeweare