Information about the word blazen (Dutch → Esperanto: blovi)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈblazə(n)/
Hyphenationbla·zen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(het) blaast(het) blies
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat het) blaze(dat het) blieze
Imperative mood
Singular/PluralPlural
blaasblaast
Past participle
(heeft) geblazen

Usage samples

De wind blies het nu makkelijker door de war, zodat ze steeds moest kammen om het netjes te houden.
Ellery pakte een van de glazen die Bayard had aangewezen en blies het stof eraf.
Een andere vrouw werd van het dak van haar huis geblazen.
We zitten hier net op een plek waar alle rommel naartoe geblazen wordt!
Warme wind blies Makion in het gezicht.

Translations

Esperantoblovi
Thaiพัด