Information about the word aanbieden (Dutch → Esperanto: proponi)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈambidə(n)/
Hyphenationaan·bie·den

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) bied aan(ik) bood aan
(jij) biedt aan(jij) bood aan
(hij) biedt aan(hij) bood aan
(wij) bieden aan(wij) boden aan
(jullie) bieden aan(jullie) boden aan
(gij) biedt aan(gij) boodt aan
(zij) bieden aan(zij) boden aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aanbiede(dat ik) aanbode
(dat jij) aanbiede(dat jij) aanbode
(dat hij) aanbiede(dat hij) aanbode
(dat wij) aanbieden(dat wij) aanboden
(dat jullie) aanbieden(dat jullie) aanboden
(dat gij) aanbiedet(dat gij) aanbodet
(dat zij) aanbieden(dat zij) aanboden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
bied aanbiedt aan
Participles
Present participlePast participle
aanbiedend, aanbiedende(hebben) aangeboden

Usage samples

Hij zal je misschien zelfs geld aanbieden.
Heb je een beloning aangeboden gekregen?
De Russische president Poetin heeft Iran Russische hulp aangeboden.
„Ik zal hem morgen opbellen”, besloot Stephens, „en hem mijn diensten aanbieden”.

Translations

Afrikaansaanbied
Esperantoproponi