Information about the word verdragen (Dutch → Esperanto: elporti)

Synonym: uithouden

Part of speechverb
Pronunciation/vərˈdraɣə(n)/
Hyphenationver·dra·gen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) verdraag(ik) verdroeg
(jij) verdraagt(jij) verdroeg
(hij) verdraagt(hij) verdroeg
(wij) verdragen(wij) verdroegen
(jullie) verdragen(jullie) verdroegen
(gij) verdraagt(gij) verdroegt
(zij) verdragen(zij) verdroegen
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) verdrage(dat ik) verdroege
(dat jij) verdrage(dat jij) verdroege
(dat hij) verdrage(dat hij) verdroege
(dat wij) verdragen(dat wij) verdroegen
(dat jullie) verdragen(dat jullie) verdroegen
(dat gij) verdraget(dat gij) verdroeget
(dat zij) verdragen(dat zij) verdroegen
Imperative mood
Singular/PluralPlural
verdraagverdraagt
Participles
Present participlePast participle
verdragend, verdragende(hebben) verdragen

Usage samples

Mijn collega’s uitten hun bezorgdheid dat ik uit bed was, maar toen ik hun uitlegde dat ik het niet kon verdragen het geluid van de motoren te horen en beneden in de ziekenboeg te moeten blijven, begrepen zij het.
Over het algemeen verdroeg zij het vrij goed.
Dat zou ik niet kunnen verdragen!
Maar… de waarheid is moeilijk te verdragen.

Translations

Englishbear; endure
Esperantoelporti