Information about the word openzwenken (Dutch → Esperanto: malfermiĝi turne)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈɔpə(n)zʋɛŋkə(n)/
Hyphenationopen·zwen·ken

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(hij) openzwenkt(hij) openzwenkte
(zij) openzwenken(zij) openzwenkten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat hij) openzwenke(dat hij) openzwenkte
(dat zij) openzwenken(dat zij) openzwenkten
Participles
Present participlePast participle
openzwenkend, openzwenkende(zijn) opengezwenkt

Usage samples

Hij duwde ertegen en ze zwenkten open.
Na een korte pauze zwenkte het hek open.

Translations

Esperantomalfermiĝi turne