Hij liet zijn identificatie zien aan sinjeur Kyrbs, die hem haastig meetroonde naar een kantoortje achteraf, opdat de cliënten met hoge connecties de aanwezigheid van een politieman niet zouden opmerken.
Maar wie bent u, sinjeur?
Het spijt me dat ik u lastigval, sinjeur, maar wat moeten we doen met deze heer?
Maar gij, sinjeuren, vertel me, aangezien wij nu over onszelf aan het spreken zijn, waarheen gij reist, en waarom?
Waarom bent u dan een half uur te laat, sinjeur?
Wie voor de duivel zijt gij, sinjeur?