Synonyms: afkondigen, proclameren, uitvaardigen, verkondigen
| Part of speech | verb |
|---|
| Pronunciation | /ˈœʏ̯trupə(n)/ |
|---|
| Hyphenation | uit·roe·pen |
|---|
Conjugation
| Indicative mood |
|---|
| Present tense | Past tense |
|---|
| (ik) roep uit | (ik) riep uit |
| (jij) roept uit | (jij) riep uit |
| (hij) roept uit | (hij) riep uit |
| (wij) roepen uit | (wij) riepen uit |
| (jullie) roepen uit | (jullie) riepen uit |
| (gij) roept uit | (gij) riept uit |
| (zij) roepen uit | (zij) riepen uit |
| Subjunctive mood |
|---|
| Present tense | Past tense |
|---|
| (dat ik) uitroepe | (dat ik) uitriepe |
| (dat jij) uitroepe | (dat jij) uitriepe |
| (dat hij) uitroepe | (dat hij) uitriepe |
| (dat wij) uitroepen | (dat wij) uitriepen |
| (dat jullie) uitroepen | (dat jullie) uitriepen |
| (dat gij) uitroepet | (dat gij) uitriepet |
| (dat zij) uitroepen | (dat zij) uitriepen |
| Imperative mood |
|---|
| Singular/Plural | Plural |
|---|
| roep uit | roept uit |
| Participles |
|---|
| Present participle | Past participle |
|---|
| uitroepend, uitroepende | (hebben) uitgeroepen |
De provincie Hòa Bình, die het zwaarst is getroffen, heeft de noodtoestand uitgeroepen.
Op de door Rusland geannexeerde Krim is de noodtoestand uitgeroepen, meldt gouverneur Michail Razvožaev.
Volgens deskundigen is de kans groot dat Trump zichzelf tijdens het tellen van de stemmen al uitroept tot winnaar, zoals hij vier jaar geleden ook deed.