Information about the word dwingen (Dutch → Esperanto: devigi)

Synonyms: verplichten, nopen

Part of speechverb
Pronunciation/ˈdʋɪŋə(n)/
Hyphenationdwin·gen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) dwing(ik) dwong
(jij) dwingt(jij) dwong
(hij) dwingt(hij) dwong
(wij) dwingen(wij) dwongen
(jullie) dwingen(jullie) dwongen
(gij) dwingt(gij) dwongt
(zij) dwingen(zij) dwongen
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) dwinge(dat ik) dwonge
(dat jij) dwinge(dat jij) dwonge
(dat hij) dwinge(dat hij) dwonge
(dat wij) dwingen(dat wij) dwongen
(dat jullie) dwingen(dat jullie) dwongen
(dat gij) dwinget(dat gij) dwonget
(dat zij) dwingen(dat zij) dwongen
Imperative mood
Singular/PluralPlural
dwingdwingt
Participles
Present participlePast participle
dwingend, dwingende(hebben) gedwongen

Usage samples

Ze knikte en dwong zichzelf te glimlachen.
Enkele dagen tevoren had ik hem niet willen inlichten en nu dwongen de omstandigheden mij daartoe.
Dan zal ik het opperhoofd dwingen zich naar mijn wil te schikken.
Daar werd ze gedwongen tot seks, soms met meerdere mannen tegelijk.
De Oekraïense troepen zijn sinds dinsdag enkele kilometers opgerukt, waardoor Rusland gedwongen is reserves en extra materieel naar Kursk te sturen.

Translations

Afrikaansdwing
Albaniandetyroj
Catalanobligar
Czechdonutit; nutit; přinutit; donucovat
Danishtvinge
Englishcompel; force; constrain; necessitate
Esperantodevigi
Frenchimposer; obliger; obliger à
Germanzwingen
Icelandicneyða; þvinga
Italiancostringere; forzare
Latincoercere
Malaypaksa … memaksa
Norwegiantvinge
Papiamentofòrsa; forsa; obligá
Polishzmusić
Portugueseconstranger; forçar; obrigar
Romanianforța; sili
Saterland Frisiantwinge
Spanishforzar; obligar
Sranandwengi
Swedishförplikta; tvinga
Thaiข่มเหง
West Frisianferplichtsje