Information über das Wort noordoostelijk (Niederländisch → Esperanto: nordorienta)

WortartAdjektief
Aussprache/noːrtˈostələk/
Trennungnoord·oos·te·lijk

Komparation

Positivenoordoostelijk
Komparativnoordoostelijker
Superlativnoordoostelijks

Deklination

 PositiveKomparativSuperlativ
Predikativnoordoostelijknoordoostelijker(het) noordoostelijks, (het) noordoostelijkse
AttributivUnbestimmtMännlicher und weiblicher Mehrzahlnoordoostelijkenoordoostelijkerenoordoostelijkse
Sächlicher Einzahlnoordoostelijknoordoostelijkernoordoostelijks
Mehrzahlnoordoostelijkenoordoostelijkerenoordoostelijkse
Bestimmtnoordoostelijkenoordoostelijkerenoordoostelijkse
Partitivnoordoostelijksnoordoostelijkers 

Gebrauchsbeispiele

Het ongeluk gebeurde in een tunnel tussen de hoofdstad Bratislava en het noordoostelijker gelegen Pezinok.
Bij de noordoostelijke hoek van de stadswal staan een stel bomen.
Volgens Žyvyckyj hebben de Russische militairen veel uitrusting achtergelaten in de noordoostelijke regio.
Kort achter elkaar tuften de twee boten gezapig in noordoostelijke richting, Rotterdam verder en verder achter zich latend.
Boko Haram ontvoerde drie weken geleden meer dan tweehonderd meisjes uit een school in de plaats Chibok in de noordoostelijke staat Borno.

Übersetzungen

Afrikaansnoordoostelik
DeutschNordost‐
Englischnortheastern
Esperantonordorienta; nordeosta