Information über das Wort wegzakken (Niederländisch → Esperanto: sinki)

Synonyme: zinken, inzinken, neerzijgen

WortartVerb
Aussprache/ˈʋɛxsɑkə(n)/
Trennungweg·zak·ken

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) zak weg(ik) zakte weg
(jij) zakt weg(jij) zakte weg
(hij) zakt weg(hij) zakte weg
(wij) zakken weg(wij) zakten weg
(jullie) zakken weg(jullie) zakten weg
(gij) zakt weg(gij) zaktet weg
(zij) zakken weg(zij) zakten weg
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) wegzakke(dat ik) wegzakte
(dat jij) wegzakke(dat jij) wegzakte
(dat hij) wegzakke(dat hij) wegzakte
(dat wij) wegzakken(dat wij) wegzakten
(dat jullie) wegzakken(dat jullie) wegzakten
(dat gij) wegzakket(dat gij) wegzaktet
(dat zij) wegzakken(dat zij) wegzakten
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
wegzakkend, wegzakkende(zijn) weggezakt

Gebrauchsbeispiele

De zon was achter de bergen weggezakt.

Übersetzungen

Afrikaanssink
Dänischsynke
Englischsink; sag; go down
Englisch (Altenglisch)sincan
Esperantosinki
Färöerischsøkka
Italienischaffondare
Jiddischזינקען
Papiamentozink
Schwedischsjunka
Tagaloglumubóg
Türkischbatırmak
WestFriesischsinke