Information über das Wort verdwazen (Niederländisch → Esperanto: senprudentigi)

WortartVerb

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) verdwaas(ik) verdwaasde
(jij) verdwaast(jij) verdwaasde
(hij) verdwaast(hij) verdwaasde
(wij) verdwazen(wij) verdwaasden
(jullie) verdwazen(jullie) verdwaasden
(gij) verdwaast(gij) verdwaasdet
(zij) verdwazen(zij) verdwaasden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) verdwaze(dat ik) verdwaasde
(dat jij) verdwaze(dat jij) verdwaasde
(dat hij) verdwaze(dat hij) verdwaasde
(dat wij) verdwazen(dat wij) verdwaasden
(dat jullie) verdwazen(dat jullie) verdwaasden
(dat gij) verdwazet(dat gij) verdwaasdet
(dat zij) verdwazen(dat zij) verdwaasden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
verdwaasverdwaast
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
verdwazend, verdwazende(hebben) verdwaasd

Übersetzungen

Esperantosenprudentigi