Information über das Wort ontzenuwen (Niederländisch → Esperanto: senenergiigi)

WortartVerb
Aussprache/ɔntˈsenyu̯ə(n)/
Trennungont·ze·nu·wen

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) onzenuw(ik) ontzenuwde
(jij) onzenuwt(jij) ontzenuwde
(hij) onzenuwt(hij) ontzenuwde
(wij) ontzenuwen(wij) ontzenuwden
(jullie) ontzenuwen(jullie) ontzenuwden
(gij) onzenuwt(gij) ontzenuwdet
(zij) ontzenuwen(zij) ontzenuwden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) ontzenuwe(dat ik) ontzenuwde
(dat jij) ontzenuwe(dat jij) ontzenuwde
(dat hij) ontzenuwe(dat hij) ontzenuwde
(dat wij) ontzenuwen(dat wij) ontzenuwden
(dat jullie) ontzenuwen(dat jullie) ontzenuwden
(dat gij) ontzenuwet(dat gij) ontzenuwdet
(dat zij) ontzenuwen(dat zij) ontzenuwden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
onzenuwonzenuwt
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
ontzenuwend, ontzenuwende(hebben) ontzenuwd

Übersetzungen

Deutschverweichlichen; der Energie berauben
Esperantosenenergiigi