Information über das Wort verbaliseren (Niederländisch → Esperanto: protokoli)

Synonyme: bekeuren, notuleren, op de bon slingeren

WortartVerb

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) verbaliseer(ik) verbaliseerde
(jij) verbaliseert(jij) verbaliseerde
(hij) verbaliseert(hij) verbaliseerde
(wij) verbaliseren(wij) verbaliseerden
(jullie) verbaliseren(jullie) verbaliseerden
(gij) verbaliseert(gij) verbaliseerdet
(zij) verbaliseren(zij) verbaliseerden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) verbalisere(dat ik) verbaliseerde
(dat jij) verbalisere(dat jij) verbaliseerde
(dat hij) verbalisere(dat hij) verbaliseerde
(dat wij) verbaliseren(dat wij) verbaliseerden
(dat jullie) verbaliseren(dat jullie) verbaliseerden
(dat gij) verbaliseret(dat gij) verbaliseerdet
(dat zij) verbaliseren(dat zij) verbaliseerden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
verbaliseerverbaliseert
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
verbaliserend, verbaliserende(hebben) verbaliseerd

Übersetzungen

Englischtake the minutes; take somebody’s name
Esperantoprotokoli
Spanischmultar