Information über das Wort verzwaren (Niederländisch → Esperanto: pezigi)

WortartVerb
Aussprache/vərˈzʋaːrə(n)/
Trennungver·zwa·ren

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) verzwaar(ik) verzwaarde
(jij) verzwaart(jij) verzwaarde
(hij) verzwaart(hij) verzwaarde
(wij) verzwaren(wij) verzwaarden
(jullie) verzwaren(jullie) verzwaarden
(gij) verzwaart(gij) verzwaardet
(zij) verzwaren(zij) verzwaarden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) verzware(dat ik) verzwaarde
(dat jij) verzware(dat jij) verzwaarde
(dat hij) verzware(dat hij) verzwaarde
(dat wij) verzwaren(dat wij) verzwaarden
(dat jullie) verzwaren(dat jullie) verzwaarden
(dat gij) verzwaret(dat gij) verzwaardet
(dat zij) verzwaren(dat zij) verzwaarden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
verzwaarverzwaart
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
verzwarend, verzwarende(hebben) verzwaard

Übersetzungen

Englischweight
Esperantopezigi