Information über das Wort verzoenen (Niederländisch → Esperanto: pacigi)

Synonym: pacificeren

WortartVerb

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) verzoen(ik) verzoende
(jij) verzoent(jij) verzoende
(hij) verzoent(hij) verzoende
(wij) verzoenen(wij) verzoenden
(jullie) verzoenen(jullie) verzoenden
(gij) verzoent(gij) verzoendet
(zij) verzoenen(zij) verzoenden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) verzoene(dat ik) verzoende
(dat jij) verzoene(dat jij) verzoende
(dat hij) verzoene(dat hij) verzoende
(dat wij) verzoenen(dat wij) verzoenden
(dat jullie) verzoenen(dat jullie) verzoenden
(dat gij) verzoenet(dat gij) verzoendet
(dat zij) verzoenen(dat zij) verzoenden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
verzoenverzoent
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
verzoenend, verzoenende(hebben) verzoend

Übersetzungen

Afrikaanspasifiseer
Esperantopacigi
Französischpacifier