Information über das Wort voorliegen (Niederländisch → Esperanto: mensogi al)

Synonym: beliegen

WortartVerb
Aussprache/ˈvorliɣə(n)/
Trennungvoor·lie·gen

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) lieg voor(ik) loog voor
(jij) liegt voor(jij) loog voor
(hij) liegt voor(hij) loog voor
(wij) liegen voor(wij) logen voor
(jullie) liegen voor(jullie) logen voor
(gij) liegt voor(gij) loogt voor
(zij) liegen voor(zij) logen voor
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) voorliege(dat ik) voorloge
(dat jij) voorliege(dat jij) voorloge
(dat hij) voorliege(dat hij) voorloge
(dat wij) voorliegen(dat wij) voorlogen
(dat jullie) voorliegen(dat jullie) voorlogen
(dat gij) voorlieget(dat gij) voorloget
(dat zij) voorliegen(dat zij) voorlogen
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
lieg voorliegt voor
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
voorliegend, voorliegende(hebben) voorgelogen

Gebrauchsbeispiele

Bij Derketo, Conan, ik ben een prins der leugenaars, maar ik zou een oude kameraad toch niet voorliegen.
Michael Avenatti, de advocaat van Daniels, laat in een reactie op Twitter weten dat dit het bewijs is dat de Amerikaanse bevolking is voorgelogen.

Übersetzungen

Esperantomensogi al