Information über das Wort vertroebelen (Niederländisch → Esperanto: malserenigi)

WortartVerb

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) vertroebel(ik) vertroebelde
(jij) vertroebelt(jij) vertroebelde
(hij) vertroebelt(hij) vertroebelde
(wij) vertroebelen(wij) vertroebelden
(jullie) vertroebelen(jullie) vertroebelden
(gij) vertroebelt(gij) vertroebeldet
(zij) vertroebelen(zij) vertroebelden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) vertroebele(dat ik) vertroebelde
(dat jij) vertroebele(dat jij) vertroebelde
(dat hij) vertroebele(dat hij) vertroebelde
(dat wij) vertroebelen(dat wij) vertroebelden
(dat jullie) vertroebelen(dat jullie) vertroebelden
(dat gij) vertroebelet(dat gij) vertroebeldet
(dat zij) vertroebelen(dat zij) vertroebelden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
vertroebelvertroebelt
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
vertroebelend, vertroebelende(hebben) vertroebeld

Übersetzungen

Englischtrouble
Esperantomalserenigi
Französischtroubler