Information über das Wort doordrukken (Niederländisch → Esperanto: akceptigi)

WortartVerb
Aussprache/ˈdordrɵkə(n)/
Trennungdoor·druk·ken

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) druk door(ik) drukte door
(jij) drukt door(jij) drukte door
(hij) drukt door(hij) drukte door
(wij) drukken door(wij) drukten door
(jullie) drukken door(jullie) drukten door
(gij) drukt door(gij) druktet door
(zij) drukken door(zij) drukten door
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) doordrukke(dat ik) doordrukte
(dat jij) doordrukke(dat jij) doordrukte
(dat hij) doordrukke(dat hij) doordrukte
(dat wij) doordrukken(dat wij) doordrukten
(dat jullie) doordrukken(dat jullie) doordrukten
(dat gij) doordrukket(dat gij) doordruktet
(dat zij) doordrukken(dat zij) doordrukten
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
druk doordrukt door
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
doordrukkend, doordrukkende(hebben) doorgedrukt

Gebrauchsbeispiele

In de raadsvergadering zal ik het er wel even doordrukken.

Übersetzungen

Englischforce
Esperantoakceptigi
Französischfaire accepter