Information über das Wort onttrekken (Niederländisch → Esperanto: ekstrakti)

Synonyme: afleiden, extraheren

WortartVerb
Aussprache/ɔnˈtrɛkə(n)/
Trennungont·trek·ken

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) onttrek(ik) onttrok
(jij) onttrekt(jij) onttrok
(hij) onttrekt(hij) onttrok
(wij) onttrekken(wij) onttrokken
(jullie) onttrekken(jullie) onttrokken
(gij) onttrekt(gij) onttrokt
(zij) onttrekken(zij) onttrokken
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) onttrekke(dat ik) onttroke
(dat jij) onttrekke(dat jij) onttroke
(dat hij) onttrekke(dat hij) onttroke
(dat wij) onttrekken(dat wij) onttroken
(dat jullie) onttrekken(dat jullie) onttroken
(dat gij) onttrekket(dat gij) onttroket
(dat zij) onttrekken(dat zij) onttroken
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
onttrekonttrekt
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
onttrekkend, onttrekkende(hebben) onttrokken

Gebrauchsbeispiele

Ons water onttrekken wij aan vier bronnen diep in de bodem.
Hiermee onttrekt de plant aan de waardplant de benodigde voedingsstoffen en water.

Übersetzungen

Deutschausziehen; extrahieren; herausziehen; einen Auszug machen; gewinnen
Englischextract
Esperantoekstrakti; eltiri
Portugiesischextratar
Saterfriesischuutluuke; extrahierje
Spanischextractar; extraer