Information über das Wort inwinnen (Niederländisch → Esperanto: kolekti)

Synonyme: bijeengaren, bijeenzamelen, garen, inzamelen, vergaren, verzamelen, zamelen

WortartVerb
Aussprache/ˈɪnʋɪnə(n)/
Trennungin·win·nen

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) win in(ik) won in
(jij) wint in(jij) won in
(hij) wint in(hij) won in
(wij) winnen in(wij) wonnen in
(jullie) winnen in(jullie) wonnen in
(gij) wint in(gij) wont in
(zij) winnen in(zij) wonnen in
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) inwinne(dat ik) inwonne
(dat jij) inwinne(dat jij) inwonne
(dat hij) inwinne(dat hij) inwonne
(dat wij) inwinnen(dat wij) inwonnen
(dat jullie) inwinnen(dat jullie) inwonnen
(dat gij) inwinnet(dat gij) inwonnet
(dat zij) inwinnen(dat zij) inwonnen
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
win inwint in
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
inwinnend, inwinnende(hebben) ingewonnen

Gebrauchsbeispiele

„Het lijkt me toch wel zinvol”, sprak hij na enige tijd nadenkend, „om wat informaties over haar in te winnen”.

Übersetzungen

Afrikaansbymekaarmaak
Englischgather
Esperantokolekti
Scotsgaither
WestFriesischgarje