Information über das Wort ontvallen (Niederländisch → Esperanto: elfali el)

WortartVerb
Aussprache/ɔntˈfɑlə(n)/
Trennungont·val·len

Gebrauchsbeispiele

De bediende Joost, die bezig was de hal te stoffen, keek ontdaan op en de plumeau ontviel zijn hand.

Übersetzungen

Esperantoelfali el