Information über das Wort aantrekken (Niederländisch → Esperanto: dungi)

Synonyme: aannemen, aanwerven, huren, in dienst nemen, tewerkstellen

WortartVerb
Aussprache/ˈantrɛkə(n)/
Trennungaan·trek·ken

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) trek aan(ik) trok aan
(jij) trekt aan(jij) trok aan
(hij) trekt aan(hij) trok aan
(wij) trekken aan(wij) trokken aan
(jullie) trekken aan(jullie) trokken aan
(gij) trekt aan(gij) trokt aan
(zij) trekken aan(zij) trokken aan
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) aantrekke(dat ik) aantrokke
(dat jij) aantrekke(dat jij) aantrokke
(dat hij) aantrekke(dat hij) aantrokke
(dat wij) aantrekken(dat wij) aantrokken
(dat jullie) aantrekken(dat jullie) aantrokken
(dat gij) aantrekket(dat gij) aantrokket
(dat zij) aantrekken(dat zij) aantrokken
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
aantrekkend, aantrekkende(hebben) aangetrokken

Gebrauchsbeispiele

Hij maakte deel uit van een groepje van drie man, die beweerden dat ze door de koning van Balhib waren aangetrokken om het koninkrijk in kaart te brengen.

Übersetzungen

Afrikaansaanneem
Deutschanwerben; dingen; heuern; mieten; in Dienst nehmen; in Lohn nehmen; anstellen; einstellen
Englischemploy; hire; engage
Esperantodungi
Färöerischfesta; útvega; leiga
Finnischpalkata
Französischembaucher; engager
Katalanischcontractar; llogar
Portugiesischassalariar; contratar; empregar; engajar; tomar a serviço
Saterfriesischanwierwe; tingje; hiere; winne
Schwedischengagera
Spanischtomar a sueldo
Thaiจ้าง