Information über das Wort verwerven (Niederländisch → Esperanto: akiri)

WortartVerb
Aussprache/vərˈʋɛrvə(n)/
Trennungver·wer·ven

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) verwerf(ik) verwierf
(jij) verwerft(jij) verwierf
(hij) verwerft(hij) verwierf
(wij) verwerven(wij) verwierven
(jullie) verwerven(jullie) verwierven
(gij) verwerft(gij) verwierft
(zij) verwerven(zij) verwierven
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) verwerve(dat ik) verwierve
(dat jij) verwerve(dat jij) verwierve
(dat hij) verwerve(dat hij) verwierve
(dat wij) verwerven(dat wij) verwierven
(dat jullie) verwerven(dat jullie) verwierven
(dat gij) verwervet(dat gij) verwiervet
(dat zij) verwerven(dat zij) verwierven
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
verwerfverwerft
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
verwervend, verwervende(hebben) verworven

Gebrauchsbeispiele

Het kostte de reizigers weinig moeite dit verlof te verwerven.

Übersetzungen

Afrikaansverkry
Englischearn
Esperantoakiri
Spanischobtener