Information über das Wort bepantseren (Niederländisch → Esperanto: blendi)

Synonyme: blinderen, pantseren

WortartVerb
Aussprache/bəˈpɑn(t)sərə(n)/
Trennungbe·pant·se·ren

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) bepantser(ik) bepansterde
(jij) bepantsert(jij) bepansterde
(hij) bepantsert(hij) bepansterde
(wij) bepantseren(wij) bepansterden
(jullie) bepantseren(jullie) bepansterden
(gij) bepantsert(gij) bepansterdet
(zij) bepantseren(zij) bepansterden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) bepantsere(dat ik) bepansterde
(dat jij) bepantsere(dat jij) bepansterde
(dat hij) bepantsere(dat hij) bepansterde
(dat wij) bepantseren(dat wij) bepansterden
(dat jullie) bepantseren(dat jullie) bepansterden
(dat gij) bepantseret(dat gij) bepansterdet
(dat zij) bepantseren(dat zij) bepansterden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
bepantserbepantsert
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
bepantserend, bepantserende(hebben) bepantserd

Übersetzungen

Englischarmour
Esperantoblendi; kirasi
Portugiesischblindar; couraçar; prover de blindagem
Spanischblindar