Information über das Wort aannemen (Niederländisch → Esperanto: promulgi)

Synonyme: afkondigen, uitvaardigen

WortartVerb
Aussprache/ˈanemə(n)/
Trennungaan·ne·men

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) neem aan(ik) nam aan
(jij) neemt aan(jij) nam aan
(hij) neemt aan(hij) nam aan
(wij) nemen aan(wij) namen aan
(jullie) nemen aan(jullie) namen aan
(gij) neemt aan(gij) naamt aan
(zij) nemen aan(zij) namen aan
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) aanneme(dat ik) aanname
(dat jij) aanneme(dat jij) aanname
(dat hij) aanneme(dat hij) aanname
(dat wij) aannemen(dat wij) aannamen
(dat jullie) aannemen(dat jullie) aannamen
(dat gij) aannemet(dat gij) aannamet
(dat zij) aannemen(dat zij) aannamen
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
neem aanneemt aan
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
aannemend, aannemende(hebben) aangenomen

Gebrauchsbeispiele

Het Israëlische parlement nam maandagavond een wet aan die de VN‐organisatie UNRWA verbiedt om nog langer te werken in het land.

Übersetzungen

Afrikaansaanneem
Englischpass
Esperantopromulgi