Information über das Wort naleven (Niederländisch → Esperanto: plenumi)

Synonyme: inlossen, nakomen, vervullen, zich houden aan, ten uitvoer brengen

WortartVerb
Aussprache/ˈnalevə(n)/
Trennungna·le·ven

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) leef na(ik) leefde na
(jij) leeft na(jij) leefde na
(hij) leeft na(hij) leefde na
(wij) leven na(wij) leefden na
(jullie) leven na(jullie) leefden na
(gij) leeft na(gij) aleefdet na
(zij) leven na(zij) leefden na
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) naleve(dat ik) naaleefde
(dat jij) naleve(dat jij) naaleefde
(dat hij) naleve(dat hij) naaleefde
(dat wij) naleven(dat wij) naaleefden
(dat jullie) naleven(dat jullie) naaleefden
(dat gij) nalevet(dat gij) naaleefdet
(dat zij) naleven(dat zij) naaleefden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
leef naleeft na
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
nalevend, nalevende(hebben) nageleefd

Gebrauchsbeispiele

Ze was een vrouw van strikte orde en van regels die moesten worden nageleefd.
Ik leef altijd mijn contracten na
Het land leeft de principes van gelijkheid en soevereiniteit vaak zelf niet na, zegt David.

Übersetzungen

Afrikaansnakom
Deutscherfüllen
Englischfulfil; observe
Esperantoplenumi