Information über das Wort opbrengen (Niederländisch → Esperanto: surmeti)

Synonyme: aanbrengen, opleggen

WortartVerb
Aussprache/ˈɔbrɛŋə(n)/
Trennungop·bren·gen

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) breng op(ik) bracht op
(jij) brengt op(jij) bracht op
(hij) brengt op(hij) bracht op
(wij) brengen op(wij) brachten op
(jullie) brengen op(jullie) brachten op
(gij) brengt op(gij) bracht op
(zij) brengen op(zij) brachten op
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) opbrenge(dat ik) opbrachte
(dat jij) opbrenge(dat jij) opbrachte
(dat hij) opbrenge(dat hij) opbrachte
(dat wij) opbrengen(dat wij) opbrachten
(dat jullie) opbrengen(dat jullie) opbrachten
(dat gij) opbrenget(dat gij) opbrachtet
(dat zij) opbrengen(dat zij) opbrachten
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
breng opbrengt op
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
opbrengend, opbrengende(hebben) opgebracht

Übersetzungen

Afrikaansaanbring; aanwend
Englischapply
Esperantosurmeti
Französischappliquer