Information über das Wort weerhouden (Niederländisch → Esperanto: deteni)

WortartVerb
Aussprache/ʋeːrˈɦʌʊ̯də(n)/
Trennungweer·hou·den

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) weerhou, weerhoud(ik) weerhield
(jij) weerhoudt(jij) weerhield
(hij) weerhoudt(hij) weerhield
(wij) weerhouden(wij) weerhielden
(jullie) weerhouden(jullie) weerhielden
(gij) weerhoudt(gij) weerhieldt
(zij) weerhouden(zij) weerhielden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) weerhoude(dat ik) weerhielde
(dat jij) weerhoude(dat jij) weerhielde
(dat hij) weerhoude(dat hij) weerhielde
(dat wij) weerhouden(dat wij) weerhielden
(dat jullie) weerhouden(dat jullie) weerhielden
(dat gij) weerhoudet(dat gij) weerhieldet
(dat zij) weerhouden(dat zij) weerhielden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
weerhou, weerhoudweerhoudt
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
weerhoudend, weerhoudende(hebben) weerhouden

Gebrauchsbeispiele

Dit weerhield hem niet.
Doe me een plezier en probeer hem ervan te weerhouden!
Het had de kanunnik er niet van weerhouden dit toch te doen!
Zal dit mij weerhouden om kolen op de kachel te doen op een koude winteravond?

Übersetzungen

Esperantodeteni