Information über das Wort normaal (Niederländisch → Esperanto: normale)

Synonyme: normaal gesproken, normaliter

WortartAdverb
Aussprache/nɔrˈmal/
Trennungnor·maal

Komparation

Positivenormaal
Komparativnormaler
Superlativnormaalst

Gebrauchsbeispiele

De patiënt praat weer normaal.
Het regende daar de afgelopen dagen net zoveel als normaal in drie maanden.
Je gedraagt je normaal, anders ga je op het eerste schip weer terug.
Nog steeds worden er veel gezien, ook in de Waddenzee en in de Westerschelde, waar ze normaal niet zo veel komen.
Ik ging er wat normaler bij staan.

Übersetzungen

Afrikaansnormaal
Dänischsom regel
Deutschnormalerweise
Englischnormally
Esperantonormale
Niederdeutschnormaal; normalerwyse
Portugiesischnormalmente
Ukrainischнормально