Information über das Wort refracteren (Niederländisch → Esperanto: refrakti)

Synonym: breken

WortartVerb
Aussprache/refrɑcˈterə(n)/
Trennungre·frac·te·ren

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) refracteer(ik) refracteerde
(jij) refracteert(jij) refracteerde
(hij) refracteert(hij) refracteerde
(wij) refracteren(wij) refracteerden
(jullie) refracteren(jullie) refracteerden
(gij) refracteert(gij) refracteerdet
(zij) refracteren(zij) refracteerden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) refractere(dat ik) refracteerde
(dat jij) refractere(dat jij) refracteerde
(dat hij) refractere(dat hij) refracteerde
(dat wij) refracteren(dat wij) refracteerden
(dat jullie) refracteren(dat jullie) refracteerden
(dat gij) refracteret(dat gij) refracteerdet
(dat zij) refracteren(dat zij) refracteerden
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
refracterend, refracterende(hebben) gerefracteerd

Übersetzungen

Englischrefract
Esperantorefrakti
Färöerischbróta geislar
Spanischrefractar
WestFriesischbrekke