Information über das Wort tweedaags (Niederländisch → Esperanto: dutagdaŭra)

WortartAdjektief
Aussprache/ˈtʋedaxs/
Trennungtwee·daags

Deklination

Predikativ
AttributivUnbestimmtMännlicher und weiblicher Mehrzahltweedaagse
Sächlicher Einzahltweedaags
Mehrzahltweedaagse
Bestimmttweedaagse
Partitivtweedaags

Gebrauchsbeispiele

De Noordkoreaanse leider Gim Jong‐eun is dinsdag in Viëtnam gearriveerd voor de tweedaagse top met de Amerikaanse president Donald Trump.
De Zuidkoreaanse president Yun Seok‐yeol is begonnen aan een tweedaags staatsbezoek aan Nederland.
De tweedaagse veiling van oude boeken in Amsterdam bracht in totaal circa twee miljoen euro op.

Übersetzungen

Deutschzweitägig
Esperantodutagdaŭra; dutaga