Information über das Wort verwennen (Niederländisch → Esperanto: dorloti)

Synonyme: koesteren, troetelen, vertroetelen

WortartVerb
Aussprache/vərˈʋɛnə(n)/
Trennungver·wen·nen

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) verwen(ik) verwende
(jij) verwent(jij) verwende
(hij) verwent(hij) verwende
(wij) verwennen(wij) verwenden
(jullie) verwennen(jullie) verwenden
(gij) verwent(gij) verwendet
(zij) verwennen(zij) verwenden
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) verwenne(dat ik) verwende
(dat jij) verwenne(dat jij) verwende
(dat hij) verwenne(dat hij) verwende
(dat wij) verwennen(dat wij) verwenden
(dat jullie) verwennen(dat jullie) verwenden
(dat gij) verwennet(dat gij) verwendet
(dat zij) verwennen(dat zij) verwenden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
verwenverwent
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
verwennend, verwennende(hebben) verwend

Gebrauchsbeispiele

Verwen de vogels in uw tuin.

Übersetzungen

Dänischforkæle
Deutschhätscheln; verhätscheln; verzärteln; verziehen; verwöhnen
Englischcoddle; pamper; indulge
Esperantodorloti
Färöerischspilla
Französischchoyer; dorloter
Katalanischamanyagar; aviciar
Norwegischskjemme
Portugiesischacariciar; afagar; amimar; favorecer; mimosear
Rumänischalinta; mângâia
Russischбаловать
Saterfriesischferwoane; ferpäppelje
Schwedischkela
Spanischabrumar con favores; consentir; mimar